Standpunten van wetenschappers
Is de hobbykip werkelijk een gevaar voor de commerciële pluimveehouderij?
De afschuw rond het uitroeien van hobbykippen in enkele streken van het land heeft inmiddels een grote weerklank gevonden. Iedereen probeert argumenten te bedenken tegen deze buitengewoon dieronvriendelijke uitroeiing. De bedoeling is duidelijk; de klassieke vogelpest oftewel aviaire influenza moet in Nederland uitgeroeid worden. Ik noem deze ziekte nu verder AI. Het is opvallend dat de meeste argumenten meer emotioneel onderbouwd zijn dan diergeneeskundig. Zodra diergeneeskundige argumenten in deze emotionele discussies gebruikt worden slaan ze vaak nergens op. Ik ben van mening dat er ook harde argumenten zijn aan te halen.
In dit artikel heb ik getracht enkele aspecten van AI nader te beschrijven. Ik heb hiervoor gebruik gemaakt van mijn kennis in de verspreiding en preventie van pluimveeziekten die ik sinds 1960 heb geleerd, van mijn ervaringen met AI die ik enkele malen in het buitenland heb opgedaan, mijn studies over een ziektekundige verwant de NCD, ervaringen van vele collegae in Nederland en gegevens van de overheid.
De ziekte.
De klassieke vogelpest wordt veroorzaakt door een virus uit de influenza A-groep. Een virus is een buitengewoon kleine, een honderdste van een bacterie, ziektekiem. Een virus is niet gevoelig voor een geneesmiddel, zoals bijvoorbeeld een bacterie gevoelig is voor antibiotica. Men kan een potentiële gastheer wel preventief vaccineren om influenza te voorkomen. Er zijn vele ondersoorten influenza en in de A-groep zitten ziekteverwekkers bij pluimvee onder andere enkele soorten AI bij de kip maar ook soorten die voor mensen, varkens of paarden gevaarlijk zijn. Soms zijn deze soorten influenza zeer kwaadaardig terwijl andere influenzasoorten dieren kunnen besmetten zonder een spoortje van ziekte na te laten.
Klassieke vogelpest in Nederland.
Vooropgesteld moet worden dat iedere in Nederland gehouden kip, kalkoen, fazant en pauw en enkele andere vogelsoorten hiervoor zeer gevoelig zijn en snel aan de ziekte kunnen sterven. Opmerkingen als zouden kippen in de intensieve veehouderij hiervoor meer gevoelig zijn dan ‘biologisch’ gehouden kippen of hobbykippen heeft geen enkele grond. Iedere hoenderachtige is voor zover bekend even gevoelig. Voor watervogels ligt het iets anders. Deze kunnen wel besmet worden maar behoeven niet ziek te worden terwijl ze wel virusdrager zijn en antistoffen tegen AI kunnen vormen. Dit geldt zowel voor wilde als voor gedomesticeerde watervogels.
In de Gelderse vallei heeft zich nu iets zeer bijzonders afgespeeld. Hier werd op c.a. 30% van de boerenbedrijven met legkippen of vleeskuikens op c.a.30% AI vastgesteld. Op c.a. 3000 plaatsen treft men serieuze fokkers van hobbykippen aan of mensen die op het erf of in de tuin enkele kippen hebben lopen voor een vers eitje of voor een vriendelijk gezicht. Bij deze drieduizend laten we ze allemaal maar hobbyisten noemen is slechts 9 maal AI vastgesteld en dat betekent bij slechts 0,3% van deze liefhebbers. Dit verschil van 30% en 0,3% is significant en moet velen aan het denken zetten.
De verspreiding van de ziekte.
Een zieke kip die contact heeft met een gezonde kip kan dit laatste dier besmetten. De mest van een aangetast dier bevat een massa virus. Dit gebeurt in een stal maar het contact kan ook indirect verlopen. Een pluimveehouder die deze mest aan z’n schoenen mee naar buiten draagt zou het erf kunnen besmetten waar een ander zich mee bezoedelt die op zijn beurt zijn kippen besmet. Ook zijn handen en kleding kan met het virus verontreinigd zijn en ook nu kan een ander hier het slachtoffer van worden. Het virus kan het hok ook via de eieren of de verpakking van de eieren mee naar buiten gesleept worden. De overheid is van mening dat deze indirecte contacten de belangrijkste besmettingswegen zijn. Indien de overheid gelijk had zou de verspreiding via deze contacten bij hobbykippen vergelijkbaar moeten zijn met die van commerciële kippen. Het is immers onvoorstelbaar dat de hobbyisten meer hygiëne betrachten dan de professionele pluimveehouders. Mijn ervaring zowel met commerciële als met hobby pluimveehouders is dat beiden zeer goed geargumenteerd en in staat zijn hygiënische maatregelen nauwgezet uit te voeren. De uitzonderingen hierop zijn werkelijk zeldzaam
Het virus zou zich ook via de lucht kunnen verplaatsen. Experimenten hebben geleerd dat dit slechts over een zeer korte afstand plaats vindt. De overheid gaat er van uit dat deze luchtbesmettingen oftewel aërogene besmettingen nauwelijks of niet plaats vinden. Maar intussen wordt een andere mogelijkheid over het hoofd gezien. Kippen verliezen de hele dag door veerfollikelcellen. Men noemt dit ook wel kippenstof. Iedereen die wel eens een uitlaat van een kippenstal gezien heeft weet dat men daar een wittige substantie kan aantreffen. Het witte materiaal bestaat uit dit beruchte wasachtige kippenstof. Het grootste deel van deze stof kan via een mechanische ventilatie de lucht worden ingeblazen. Deze stof nu kan verontreinigd zijn met het influenzavirus en zoals het Saharazand de auto’s in Nederland kan bevuilen kan deze stof vele tientallen kilometers meegesleept worden. Het hangt dan van de temperatuur, de zon en de luchtvochtigheid af hoe lang het virus in leven blijft, van de windsnelheid over welke afstand dit virus meegevoerd wordt en van de windrichting waar het uiteindelijk zal ‘dalen’ om misschien door ventilatoren in een stal getrokken te worden. Dit indirect contact geschiedt niet massaal maar is wel de oorzaak dat tien, twintig of dertig kilometer buiten een haard een onverwachte besmetting kan plaats vinden. Deze wijze van verspreiden van de smetstof leidt er toe dat dierenartsen steeds geconfronteerd worden dat de eerste zieke dieren in een stal zich in de buurt van een luchtinlaat bevinden. Dit valt ook te verwachten.
Een zeer ongunstige factor voor dit virustransport is regen dat de lucht snel schoonspoelt of zeer warme heldere zon waar het virus niet goed tegen kan. De regelmatige regen van de laatste weken is waarschijnlijk mede de oorzaak van een geringer aantal infecties.
Verschillen in ventilatie tussen hobby en ‘commerciële’ kippen.
De commerciële eenheden zijn zeer groot,tienduizenden dieren, ze worden relatief intensief gehouden en de ventilatie vindt mechanisch plaats, massale hoeveelheden lucht worden met veel kracht naar binnen gezogen en/of naar buiten geblazen. Hobbykippen meestal in kleine eenheden, vaak niet meer dan c.a. tien kippen, hebben normaliter een natuurlijke ventilatie. Het spreekt vanzelf dat de productie van kippenstof bij deze kleine hoeveelheden dieren slecht een verwaarloosbare fractie is, die meestal in het pluimveehok blijft, terwijl de stof van een commercieel bedrijf met kracht naar buiten wordt gestuwd. Ook heeft een hobbyeenheid nauwelijks frisse lucht nodig als je dit vergelijkt met een commercieel bedrijf. Dit feit de behoefte aan minder lucht is waarschijnlijk ook de oorzaak dat AI duidelijk minder voorkomt bij vleeskuikens en opfokdieren
Vaccineren.
De vaccinatie is het belangrijkste middel om schade van AI te voorkomen. Ik ben er een voorstander van al het pluimvee in west Europa tegen AI te enten en hier zijn zeer goede argumenten voor aan te voeren. Alleen het hobbypluimvee enten acht ik een kunstfout en ben hier geen voorstander van.
Conclusies.
Samenvattend kan men zeggen dat met betrekking tot AI bij hobbypluimvee:
Om deze reden levert de draconische maatregel om al de hobbydieren te vernietigen nauwelijks een bijdrage tot de preventie van AI. Ik acht het dan ook niet opportuun al de hobbydieren te vernietigen mits iedere hobbyist de discipline op kan brengen direct zijn dierenarts te waarschuwen als hij de gezondheid van zijn pluimvee niet vertrouwt. Ik weet zeker dat hem dit vertrouwen geschonken kan worden.
Dr. Adr. C. Voeten
Klassieke vogelpest
door ir. Hans Meyer,
Hij gaf enige tijd les aan particulieren in het biologisch kippenhouden. Vorig jaar herzag hij het boekje De kleine Kippenhouderij, van Andreas Wijgmans. Te verkrijgen bij de Vereniging voor Biologisch Dynamische Landbouw en Voeding, te Driebergen-Rijsenburg.
Klassieke vogelpest en andere besmettelijke dierziekten
Door de eeuwen heen zijn er met onregelmatige tussenpozen altijd besmetelijke
dierziekten voorgekomen. Steeds weer is gebleken dat er toch enkele dieren,
in meer of mindere mate bestand waren tegen de betreffende ziekte. Een bekend
voorbeeld is Mond- en Klauwzeer.
Vlak na de Eerste Wereldoorlog was er nog geen vaccinatie mogelijk. MKZ is
een seizoensziekte. Met meer en minder (sterfte) succes verzorgden boeren
hun zieke koeien in de winter. In het voorjaar neemt de besmettingsdruk af.
De boer bekeek zijn veestapel. De slechtste koeien gingen naar de slager en
hij fokte verder met de dieren die er het best doorgekomen waren. De ziekte
leidde dus tot een kwalitatieve verbetering van de veestapel. Ongeveer 10
jaar later trad er weer MKZ op en herhaalde het geheel zich.
Het bovenstaande moet bepaald niet worden geïdealiseerd, de schade kon heel
groot zijn. Het leidde er wel toe dat voor de boer de fokdoelstellingen
vitaliteit en weerstand tegen ziekten bovenaan bleven staan, hetgeen de gezondheid
van het ras ten goede kwam. Met de komst van de vaccinaties konden de primaire
fokdoelstellingen verschuiven naar hogere productiviteit. De natuurlijke weerstand
tegen ziekten was minder belangrijk geworden.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog sloeg de ‘rat-race’ ook toe in de veehouderij. Vergaande specialisatie en daarmee gepaard gaande schaalvergroting. In het algemeen veel meer dieren op veel minder oppervlak. Een verminderd welbevinden en afnemende weerstand tegen ziekten bij de dieren. Bij de kippen selectie op legcapaciteit enerzijds en selectie op snelle groei anderzijds. Problemen die daardoor ontstonden waren worminfecties, die zichzelf in stand houden door de vervuiling van de uitloop met teveel mest. De oplossing die goed past in het ‘Modernisme’ de ‘maakbare wereld’ is de kip niet meer op de grond te laten lopen, maar op gaas. Dan kan er immers geen besmetting door de mest meer plaatsvinden. Dat hiermee een van de meest primaire levensbehoeften van de kip, namelijk het kunnen krabben en scharrelen (dat doen ze al vanaf de derde levensdag), grof geweld wordt aangedaan is van ondergeschikt belang in een economisch klimaat waarin veel en goedkoop voedsel heel belangrijk is. Goede smaak is kennelijk alleen van belang voor de rijken. De legkip is gedegradeerd tot: "een tijdelijke verpakking van een winstgevend ei"./p>
De rol van de consument is in dit krachtenveld nog niet aan de orde geweest. De producent die met dubieuze maatregelen zijn kostprijs omlaag brengt kan meer eieren afzetten. Voor de meeste consumenten is een ei een ei. Als men het kwaliteitsverschil niet kan proeven is het er niet en dan koop je toch het goedkoopste ei. Van het verschil in levenskwaliteit voor het producerende dier is men zich niet bewust of men interesseert zich er niet voor. De anonieme tussenhandel is daar mede debet aan. Het zou beter zijn als de consument bij de producent zou kopen. Dan kun je zien hoe er geproduceerd wordt.
Samenvattend. Ik zie dus drie hoofdoorzaken voor de huidige wantoestanden in de intensieve veehouderij, en de daarmee gepaard gaande verspreiding van besmettelijke dierziekten:
De huidige situatie in ogenschouw nemend is nu de vraag wat te doen als er een epizoötie uitbreekt. (Het woord epidemie slaat vanouds alleen op mensen, maar dat is men allang vergeten. Misschien heeft dat ook wel te maken met de, soms nogal sterk antropocentrische, benadering van gezelschapshuisdieren).
Als een landbouwhuisdier uitsluitend een economisch object is, en alleen
maar een instrumentele waarde heeft, dan kun je een bestrijdingsmethode als
‘stamping out’ verzinnen. Met alle consequenties daarvan die we nu weer dagelijks
kunnen zien!
Het veel betere alternatief van ‘ringvaccinaties’ wordt met een geweldige
partij smoezen door de eurocraten van tafel geveegd.
In ontwikkelingslanden is ‘stamping out’ geen optie. Daar zijn ze te arm voor.
Met succes wordt daar de ‘ringvaccinatie’ toegepast. Rondom een getroffen
bedrijf worden in een ruime straal, alle dieren gevaccineerd. Het virus verspreidt
zich natuurlijk nog wel, maar de dieren worden niet meer ziek, en de vermeerdering
van het virus stopt vrij snel.
Een van de argumenten tegen vaccineren is onze exportpositie. Het is flauwekul,
want zodra je een besmettelijke dierziekte hebt sluiten de landen waar die
ziekte niet voorkomt hun grenzen sowieso. Onlangs stond daarover een mooi
stukje in de Volkskrant.
In ons land zouden gevaccineerde dieren gemerkt moeten worden om te voorkomen
dat het vlees van die dieren geëxporteerd wordt. Bij kippen is dat heel eenvoudig
nl. met vleugelmerkjes.
Als klandestien de vleugelmerkjes verwijderd zouden worden, kun je toch nog
in het vel een gaatje zien waar het gezeten heeft. (In dit kader is het ook
van belang nog maar weer eens te roepen dat er heel spoedig een wet op de
openbaarheid van productieketens moet komen. De Consumentenbond heeft daarvoor
al een ontwerp gepubliceerd).
Door minister Veerman is als argument tegen vaccineren aangevoerd dat gevaccineerde
kippen, toch nog het virus kunnen verspreiden, dus vaccinatie zou niet effectief
zijn.
Een kip die niet ziek is als ze wordt gevaccineerd, zal na de vaccinatie het
virus niet kunnen verspreiden. Voor een kip die nog in de incubatieperiode
zit, kan Veerman gelijk hebben. Maar over hoeveel dieren hebben we het dan?
Al die dieren die nu volstrekt zinloos worden geruimd, als preventie, en de
schade die daardoor wordt veroorzaakt, en niet wordt vergoed!
Het beleid van Europa en in het kielzog daarvan van LNV en de NOP gaat uit
van de ‘Maakbare wereld’. Als we maar flink tekeer gaan raken we het virus
wel kwijt. In Italie is al gebleken dat het niet lukt, en bij ons zal het
ook niet lukken. We pakken een driedimensionaal probleem op een twee-dimensionele
manier aan. We moeten accepteren dat we het Klassieke Vogelpestvirus nooit
meer kwijt raken. Er is maar een oplossing, pluimveerassen fokken die over
voldoende weerstand tegen het virus beschikken. Daarom is het ook oerstom
op besmette bedrijven alle dieren te ruimen. Meerdere malen daags door de
stallen gaan en de zieke dieren eruit halen en doden. Want als er een paar
overblijven, of de ziekte veel later krijgen dan de anderen, beschikken die
misschien over een erfelijke aanleg met meer weerstand.
Gezien de opmerkingen die ik eerder maakte over het te ver op productiekenmerken
doorgefokt zijn van de gangbare kippen zijn de kansen op snel resultaat niet
zo groot, maar je kunt niet anders. In dit licht is het ook van de zotte dat
ook hobby kippen preventief worden geruimd! Dat zijn nu net de oude rassen
waarvan het ministerie toegeeft dat die meer weerstand tegen de Klassieke
Vogelpest hebben, maar ook niet resistent zijn. Men zal vermoedelijk vanuit
de oude rassen een fokprogramma moeten opzetten. We hebben nu kansen op praktijkervaringen.
Maar dat willen we helemaal niet, want dat zou het geloof dat we met strenge
maatregelen de ziekte kunnen onderdrukken aan het wankelen brengen!
Hans Meyer,
Zeist, 16 april 2003
Standpunt bestuur Groep Pluimveewetenschappen KNMvD en CVO-Overleggroep
Sleutelfiguren in de Pluimveegezondheidszorg inzake vaccinatie Aviaire Influenza
Someren, 2 mei 2003
Op maandag 28 april jl. vond op het bureau van de KNMvD te Houten overleg plaats tussen dierenartsen die een sleutelrol hebben in de pluimveegezondheidszorg en collega Jan Vaarten als vertegenwoordiger van LNV, bij ontstentenis van de CVO.
Behalve Jan Vaarten waren aanwezig:
In dit overleg is nadrukkelijk gesproken over toepassing van vaccinatie
in de bestrijding van de epidemie van Aviaire Influenza (HPAI) die sinds
28 februari in Nederland woedt. Naar aanleiding van deze beraadslagingen
komen wij op basis van zuiver veterinaire overwegingen tot het volgende
standpunt.|
Wij stellen vast dat sedert de eerste uitbraak in de Gelderse Vallei wordt
vastgehouden aan dezelfde bestrijdingsstrategie. Deze is vooral gebaseerd
op stamping out van zowel bedrijfsmatig als hobbymatig gehouden pluimvee
binnen één kilometer, ruiming in zgn. pluimveevrije bufferzones en bij verdere
escalatie het leegruimen van een complete regio.
Op de 59e dag (28 april 2003) na vaststelling van de eerste verdenking in
de Gelderse Vallei heeft deze aanpak geleid tot 231 besmette bedrijven en
17 ernstige verdenkingen waarbij inmiddels 21 miljoen stuks pluimvee ( bijna
een kwart van de totale Nederlandse pluimveestapel) zijn geruimd. Inmiddels
is het virus ook verspreid naar België en valt voor uitbreiding naar Duitsland
ernstig te vrezen.
Voor ons is er geen reden aan te nemen dat verdere verspreiding van het
virus naar andere delen van Nederland (w.o. West-Brabant, de regio Venray,
of zelfs naar Oost-Nederland) kan worden tegengehouden met de huidige aanpak.
Het tot heden gevoerde beleid faalt in het tot staan brengen van deze epidemie.
Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de eigenschappen van het
betrokken virus en de manier waarop het kan worden verspreid.
Bovendien vrezen wij uit berichtgevingen rondom het hobbypluimvee dat personen
die zichzelf geen rekenschap geven van de risico's van besmet pluimvee zullen
trachten hun pluimvee "in veiligheid te brengen" door niet te
melden dan wel hun pluimvee naar "veiliger oorden te transporteren".
Het is niet denkbeeldig dat het AI-virus hierdoor plotseling in andere delen
van het land of zelfs in het buitenland kan opduiken. De demotivatie van
hobbypluimveehouders die hun pluimvee moeten laten afmaken mag niet worden
onderschat ! De groep hobbypluimveehouders vormt zowel numeriek als wat
betreft verspeiding door het gehele land een bijzonder groot potentieel
aan besmettingshaarden. Ook hun gedrag en motivatie m.b.t. HPAI infecties
is onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. Door alle pluimvee uit deze groep
te vaccineren is het risico voor HPAI vanuit deze groep geminimaliseerd
en hoeven deze dieren niet geruimd te worden. Dit bespaart enorm veel arbeid
voor de overheid en leed bij betrokkenen en draagt bovendien bij aan een
positieve benadering.
Het vaccineren van bedrijfsmatig gehouden pluimvee leidt volgens wetenschappelijk
onderzoek tot een beperking van risico op besmetting en bij eventuele besmetting
tot een zeer beperkte virusuitscheiding.
Om voornoemde redenen achten wij het onder voorwaarden uitvoeren van vaccinatie
tegen AI een noodzakelijke aanvulling in de huidige bestrijding van de vogelpestepidemie;
zowel voor hobbymatig pluimvee als voor bedrijfspluimvee. Nadrukkelijk stellen
wij dat het een aanvulling betreft; de noodzaak van andere bestrijdingsmethoden
zoals ruiming van besmettingshaarden, compartimentering, één-op-éen transporten,
meldingsplicht enz. onderschrijven wij nog steeds.
Uitgaande van de stand van zaken op maandag 28 april adviseren wij vaccinatie
tegen Aviaire Influenza bij bedrijfsmatig gehouden pluimvee in het Zuidelijk
deel van Nederland (ten Zuiden van de Waal) én bij herbevolking in alle
reeds ontruimde gebieden.
Ervaringen uit Italië leren dat via een goed systeem van registratie en
identificatie waarbij binnen koppels 60 dieren als sentinels (verklikkerdieren
die zowel aan vleugel- als aan de poot uniek gemerkt worden) niet worden
gevaccineerd en een goede follow-up via periodiek bloedonderzoek een eventuele
besmetting met AI voldoende snel kan worden vastgesteld.
In Nederland worden alle broed- en consumptie-eieren ter tracering al verplicht
op het bedrijf gestempeld; producten van pluimvee (incl. het vlees) moeten
dus geborgd kunnen worden verhandeld.
Naar onze mening zou al het bedrijfsmatig gehouden pluimvee (met uitzondering van vleeskuikens) moeten worden gevaccineerd gedurende een periode die zodanig lang is dat er geen indicaties meer zijn voor aanwezigheid van actief AI-virus. Met name het onderzoek van verklikker-dieren (sentinels) is hierbij van essentieel belang.
Om hobbyhouders te motiveren zich te melden en gesleep met mogelijk besmet
pluimvee te voorkomen adviseren wij hobbypluimvee verplicht te laten vaccineren.
Omdat controle op dierniveau te tijdrovend en kostbaar zal zijn, adviseren
wij om de eigenaar van de dieren en het adres waar de dieren worden gehouden
te registreren; bij verhoogde sterfte dient dit bij de dierenarts te worden
gemeld. Met het oog op de andere lijst A-ziekte (Newcastle disease) kan
op deze manier tevens in beeld gebracht worden hoe groot de omvang van deze
pluimveestapel eigenlijk is. Doordat het transport van pluimvee verboden
en de noodzaak voor verplaatsing vervallen is, zal hiermee het risico op
verspreiding van HPAI vanuit deze groep hobbypluimveehouders geminimaliseerd
zijn.
De kosten voor de registratie en vaccinatie kunnen op de hobbyhouders worden
verhaald en zullen op minder bezwaar stuiten dan melding en dientengevolge
doding van hun soms zeer waardevolle pluimvee! Daarnaast is het voor veel
hobbypluimveehouders niet te begrijpen dat voor pluimvee in dierentuinen
wel uitzondering wordt gemaakt om te vaccineren.
Omdat ook het risico van de volksgezondheid in deze epidemie in beeld is gekomen lijkt vaccineren van bedrijfsmatig en hobbymatig pluimvee ons inziens nog een belangrijk argument erbij te hebben gekregen, namelijk die van de maatschappelijke acceptatie.
Ons standpunt in deze is louter gebaseerd op veterinaire afwegingen. Al in eerder overleg met de CVO hebben wij aangedrongen op het zo spoedig mogelijk in Brussel aankaarten van de mogelijkheid van vaccinatie. Het stelt ons teleur dat vanaf begin maart uitgebrachte adviezen vanuit diverse gremia (o.a. ook vanuit de ad hoc kennisgoep AI) tot nu toe nog steeds niet zijn overgenomen. Met name speelt hierin mee dat wij van mening zijn dat het ethisch onacceptabel is grote aantallen gezonde dieren te blijven vernietigen. Eens temeer dwingt de huidige grensoverschrijdende AI-epidemie tot herbezinning op het non-vaccinatiebeleid.
Wij realiseren ons terdege dat aan een vaccinatie beleid ook nadelen kleven, met name voor de handel met derde landen. De hoogste prioriteit heeft echter het tot staan brengen van deze verwoestende epidemie. Naar wij hebben vernomen is het Italië wel toegestaan om vlees van gevaccineerde kalkoenen op de Europese markt af te zetten. Daarnaast staat in Council Directive 92/40 in Artikel 16 de tekst: "Where a member state is authorized with point (a), to have recourse to emergency vaccination on a limited part of the territory, the status of the remainder of the territory shall not be affected...".
In de hoop op een heroverweging ten aanzien van vaccinatie en tot nadere uitleg bereid, namens het bestuur van de Groep Pluimveewetenschappen en het overlegorgaan "Sleutelfiguren in de pluimveegezondheidszorg",
André Steentjes
Secretaris Groep Pluimveewetenschappen KNMvD