Extra bijlage Avimail 49: Aanbieden Zwartboek mondt uit in unieke discussie met het Europees Parlement
Discussie met het Europees Parlement.
Tekst: Hans Ringnalda en Sigrid van Dort.
Op 5 april 2004 is een delegatie kleindierliefhebbers uitgenodigd door het Europees parlement. Dierenarts Sjef van Bers, Judith Kochen en Ad van Noort voor de Waarheidscommissie Vogelpest (WCV) en Sigrid van Dort en Hans Ringnalda namens Avicultura mochten deelnemen aan de vergadering van de Europese Landbouwcommissie. Ook Jinke Hesterman, initiatiefneemster tot de oprichting van de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders (NBvH), was aanwezig.
Er was veel voorwerk gedaan. Via politieke contacten van Ad van Noort lukte het om via Europarlementariër Jan Mulder (VVD) het Zwartboek Vogelpest aan te mogen bieden aan de voorzitter van de Europese Landbouwcommissie. Pas in een laat stadium hoorden we dat dierziektebestrijding bij hobbydierhouders een officieel punt op de agenda van de vergadering van de Europese Landbouwcommissie was geworden. Wat we ervan moesten denken wisten we niet. Sjef, als woordvoerder van de WCV, zou het boek aanbieden en de voorzitter even uitleggen wat het was? Misschien met een enkele Europarlementariër in de wandelgangen praten? Het liep totaal anders.
We werden ontvangen door Gijsbert Schilthuis, de assistent van Mulder. Hij vertelde dat het de laatste vergadering van dit seizoen was en dat door het presidium extra tijd was uitgetrokken. Ondertussen maakte de RVU opnamen van Jinke Hesterman en onze delegatie. De heer Mulder bracht ons naar de vergaderzaal. Nee, op de publieke tribune werden we niet neergezet, maar tussen de parlementariërs op de tweede rij van de zaal. Onze komst was voorbereid, onze naambordjes gaven aan waar we plaats konden nemen. Middels een koptelefoon werd alles wat er in de vergadering gezegd werd integraal vertaald en een stapel blanco papier lag klaar om aantekeningen te maken, de normale faciliteiten. Wat er toen volgde hadden we niet durven dromen. De heer J. Daul, voorzitter van de Landbouwcommissie, gaf aan dat hij het een eer vond dat burgers zo betrokken zijn bij een onderwerp, dat hij ons graag de gelegenheid wilde geven ons hele verhaal te vertellen en daarna deel te nemen aan de gedachtewisseling met de leden van de Landbouwcommissie over dierziektebestrijding in Europees verband en die van de vogelpest in het bijzonder. Achteraf vertelde Mulder dat dit heel ongebruikelijk was. Nog nooit was het voorgekomen en ook nog nooit was het toegestaan, dat burgers in het parlement zelf aanwezig mochten zijn, hun verhaal konden vertellen en ook nog vrijelijk mee mochten denken en in discussie mochten gaan met Europarlementariërs! Democratie ten top!
Alvorens Sjef het woord te geven gaf Daul een korte algemene inleiding die ging over de impact van ziektes bij wilde dieren en de bedreiging voor de dierhouderij in het algemeen. Daul woont zelf in een omgeving waar voortdurend varkenspest op de loer ligt. Varkenspest onder de daar talrijk in het wild voorkomende wilde zwijnen bedreigt voortdurend de intensieve varkenshouderij. Het was opvallend met hoeveel vuur hij die bedreiging voor de veehouders beschreef, telkens terugvallend in zijn rol als voorzitter van de Europese Landbouwcommissie. Duidelijk was de tweestrijd, duidelijk was de emotionele betrokkenheid.
Zou het kunnen dat hij zich heel even kon inleven in de veehouder die elke ochtend z’n erf inspecteert of er geen zwijnen zijn geweest in de nacht en vroege ochtend? Of hij tekenen bespeurt dat een groep zwijnen in de buurt was? Of de hobbydierhouder met drie kippen in z’n achtertuin die met bange ogen al het nieuws uit agrarische hoek, via internet, of wat via e-mail bij hem binnenkomt (die tamtam gaat sneller dan het licht) opsponst om voorbereid te zijn op een uitbraak van vogelpest?
Hij kón geen stelling nemen, regelgeving is niet altijd makkelijk, vooral als er niet voorzien is in uitzonderingen op de regel. Alle wetjes en regels zitten in elkaar als een grote klont gare spaghetti lijkt het wel. Trek je aan 1 sliertje, komt het hele zaakje mee omhoog of… het breekt.
Sjef van Bers hield zijn speech, die u hierbij vindt afgedrukt. Hij hield de aandacht van alle aanwezigen tot het eind. Daarna overhandigde hij het Zwartboek Vogelpest aan Daul. De heer A.J. Maat (CDA), vice-voorzitter van de Landbouwcommissie, bedankte ons voor de steun tegen het non-vaccinatiebeleid. Hij wil streven naar een dierziektebeleid dat rekening houdt met de mensen erachter. Maat vraagt aan de Europese Commissie waarom Italië wel mag enten en of het beleid aldaar geldt voor alle lidstaten. Dhr. J. Mulder memoreert dat er nog nooit zoveel Nederlanders in het parlement aanwezig zijn geweest. De VVD heeft 2,6 miljoen euro losgepeuterd voor onderzoek naar betere testmethoden (o.a. de DIVA-test) bij de bestrijding van dierziekten die op de A-lijst staan, dit jaar nog eens aangevuld met 1,4 miljoen extra. Hij vraagt de Europese Commissie wat de kansen zijn op een vaccinatiebeleid, dat recht doet aan hobbydierhouders met het oog op het maatschappelijke draagvlak. "Kunnen we bij een volgende uitbraak een andere strategie volgen?", vraagt hij. De discussie barst los, en is voor ons verhelderend.
Voorzitter Daul antwoordt dat de Landbouwcommissie veel problemen heeft met virussen bij in het wild levende dieren, zoals varkenspest bij everzwijnen in Noord Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Bezorgdheid is er over de mogelijkheid dat virussen kunnen muteren en overspringen op de mens. "Wij moeten het op de voet volgen" besluit Daul.
Dhr. F.W. Graeff zu Baringdorf ook vice-voorzitter van de Landbouwcommissie, vervolgt: "Nu de TV erbij is, is dit zeker een belangrijk thema voor de verkiezingen. Het Europees Parlement, maar ook de Europese Commissie, hebben gepleit voor een voorzichtig vaccinatiebeleid. Regeringen van EU-landen mogen wel degelijk vaccineren, Nederland dus ook. De weigerachtige houding van de Europese commissie is inmiddels veranderd door de publieke opinie en het gevaar voor de volksgezondheid. We moeten anders gaan denken”. Hans Ringnalda krijgt de gelegenheid om 'in te breken'. “Meneer de voorzitter, een infectie bij een hobbydierhouder met een A-ziekte loopt dood. Het aantal dieren is te gering om gevaarlijk te zijn voor de bedrijfspluimveehouderij. Een hobbydierhouder heeft geen stallen waar met grote ventilatoren duizenden kubieke meters lucht naar buiten worden geblazen, die verderop bij een andere stal weer naar binnen worden gezogen. Besmetting van hobbydieren is zeer discutabel. Bij de recente uitbraak van AI in Delaware in de Verenigde Staten werden in gebieden met een straal van 15 tot 50 km rond een besmet bedrijf alle hobbydieren getest. Geen enkel hobbydier bleek positief, ook niet in de directe omgeving van besmette bedrijven. Wat betreft de vaccinatiemogelijkheden is bekend dat Intervet, en wellicht ook andere bedrijven, markervaccins snel kunnen produceren en zelfs voor grootschalige ringentingen, gereed hebben. Met deze vaccins wordt in Zuid Oost Azië, Amerika en vele andere landen gevaccineerd. Wij vragen ons af waarom er in Europa, in Italië, wel mag worden geënt, maar in Nederland niet. Het zou een verschil in regelgeving tussen twee EU-landen betekenen. Internationaal groeit het besef dat bij dierziektebestrijding de hobbydieren nauwelijks een rol van betekenis spelen en beter met rust kunnen worden gelaten. Mijnheer de voorzitter, een punt is nog niet aan bod gekomen. Onder de paraplu van de FAO is er een Watchlist gepubliceerd van ernstig bedreigde gedomesticeerde diersoorten en -rassen. Dit is ons biologisch-cultureel erfgoed, waar we met z'n allen verantwoordelijk voor zijn. Vrijwel elk land heeft de verdragen over biodiversiteit ondertekend. U allen, als vertegenwoordigers van de Europese burgers, kunt meehelpen om voorwaarden te scheppen die het mogelijk maken om nog verdere achteruitgang te voorkomen." Voorzitter Daul knikte instemmend toen de Watchlist ter sprake werd gebracht. Hij vraagt de Europese Commissie om commentaar. De Oostenrijkse vertegenwoordigster, lid van de Europese Commissie, antwoordt daarop: "In het Italiaanse vaccinatieprogramma kwamen niet alle soorten pluimvee in het vaccinatieprogramma terecht. Sommige leven te kort om immuniteit te kunnen ontwikkelen. Uiteindelijk werden alleen de kalkoenen en de leghennen gevaccineerd. De richtlijn was: in geval van nood is vaccineren mogelijk, maar levende gevaccineerde dieren mochten Italië niet verlaten. Inmiddels is het beleid aanmerkelijk toleranter. Met monitoring gecombineerd met DIVA-tests mag het vervoer en export van gevaccineerde dieren en de producten (vlees & eieren) daarvan inmiddels wel plaatsvinden. Binnen de gehele EU. Begin 2004 is verlenging van dit programma in het parlement goedgekeurd. Dat hobbydieren niet besmetten is niet waar. In 1998 was er een kleine uitbraak van NCD. Acht gevallen. De besmetting sloeg over naar de commerciële houderij."
Hans Ringnalda reageerde ogenblikkelijk. "Meneer de voorzitter, in Nederland, Duitsland, België en waarschijnlijk veel meer landen moeten hobbydieren geënt worden tegen NCD, anders mogen deze niet worden tentoongesteld. In tegenstelling tot de vorige spreekster ben ik van mening dat NCD in geen enkel opzicht te vergelijken is, laat staan gelijk te stellen, met AI!"
Een andere afgevaardigde memoreerde, dat vaccineren teveel tijd zou kosten. Alle dieren moeten immers stuk voor stuk in de hand worden genomen. Dat kost teveel tijd en dus geld. Sjef van Bers kopte in: "Meneer de voorzitter, als bedrijfspluimvee wordt gepakt om de snavels af te branden kunnen deze zonder extra kosten ook direct worden gevaccineerd!" Voorzitter Daul grinnikte.
Nog een kansDaarna werden we uitgenodigd om aan de ‘landbouwborrel’ deel te nemen, als afsluiting van het Europese parlementaire jaar. Opnieuw zwengelde Ringnalda de discussie aan. “Is het in het kader van dierziektebestrijding nog verantwoord om een totale sociale ontwrichting van de maatschappij te accepteren, zoals in Nederland vorig jaar gebeurde?” vroeg hij de aanwezigen. “Wist u, dat het commerciële belang van de hobbydierhouders wellicht die van de commerciële pluimveehouderij overstijgt?” “Wist u dat er alleen in Nederland meer dan 600.000 hobbydierhouders zijn, en in heel Europa miljoenen? Deze burgers zijn niet alleen consumenten die u afrekenen op uw beleid, maar ook kiezers!” hield hij de aanwezigen voor. Een aspect kwam regelmatig naar voren. De bedrijfspluimveehouderij is beducht voor concurrentie. “Jullie verkopen geslachte dieren of geven eieren weg…” In onze ogen een onzinnige gedachte, maar daarvan zullen we de commercie moeten overtuigen. Algemeen werd het standpunt gehuldigd, dat de commerciële bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor datgene, wat er ontstaat als gevolg van de wijze waarop dieren worden gehouden. We benutten opnieuw de gelegenheid om in alle vrijheid enorm te lobbyen en opnieuw diverse discussies te voeren.
Niet alleen inhoudelijk maar ook tactisch, wie en wat moeten we doen om ons doel te bereiken: heel kort door de bocht betekent dat hobby- en zeldzame dieren een status aparte geven bij de uitbraak van een massale veeziekte. Er zijn heel veel visitekaartjes en e-mail adressen verzameld om zo een machtig netwerk te onderhouden. Een heel machtig netwerk, want onze landelijke politiek loopt zoals genoegzaam bekend aan het handje van Brussel, die niet langer de brede rug is waarachter ze zich langer kan verschuilen om een eigen beleid door te drukken of, en dat lijkt waarschijnlijker, omdat ze niet weten wat het Europese landbouwbeleid eigenlijk inhoudt of hoe ze de regelgeving moeten interpreteren!
Oogkleppenpolitiek?
Het is verbazingwekkend dat vanuit de Nederlandse regering geen enkel, voor ons zichtbaar, overleg met de andere lidstaten of met de Europese Landbouwcommissie (de ingedikte vorm van lidstaten) is geweest naar aanleiding van de vogelpest in Nederland. Dat verklaart ook de totale onbekendheid in Brussel met wat er hier gebeurd is en het autonome beleid dat Nederland in 2003 voerde. Na een jaar schijnt er nog geen enkele evaluatie met betrekking tot de ‘ruiming’ van gezonde hobbydieren richting Brussel gegaan te zijn. Wat wordt er gedaan met het rapport van de Raad voor Landelijk gebied? Hoe staat het met het onderzoek dat Bureau Berenschot (ook) in opdracht van het ministerie van LNV doet?
We vragen ons af welke politieke partij in Nederland dit op zich zal nemen en hier een verkiezingsitem van zal maken met de a.s. europarlementsverkiezingen in het vooruitzicht.
Europees Parlement – allang niet onzichtbaar meer!
Zelfs wij, simpele dierenliefhebbers uit een koud kikkerlandje, hebben wel degelijk met dit zgn. onzichtbare Europa te maken!
We laten ons niet afschrikken door de enorme omvang ervan.
En we
realiseren ons nu dat het deze ‘onzichtbare’ grootmacht
is die uiteindelijk wel onze directe levenssfeer beïnvloedt! De dooddoener: ‘ach,
wie hoort ons nu’ geldt niet meer.
Zo mag het dan wel in de Nederlandse ‘democratische rechtstaat’ zijn,
waar ons elementaire burgerrechten ontnomen worden tijdens een crisis,
in dat grote Europa worden we wel degelijk gehoord!
Het parlement in Nederland hebben we met onze problematiek nog niet eens gehaald. Maar nu we bij de 'grote baas' in Brussel zijn geweest en MEER weten dan wie dan ook in Nederland over toekomstig beleid, zal het ons makkelijker lukken om ons doel te bereiken. Dat doel is wel moeilijk te realiseren omdat we nu ook bekend zijn met alle haken en ogen die er aan een gewijzigd beleid zitten! We hebben met veel mensen gesproken die ook volgend jaar weer zitting hebben in de commissie.
Er zijn veel spijkers met koppen geslagen, we hebben een grandioos gebrek aan kennis geconstateerd bij de BELEIDSMAKERS en daar ook direct de commissie tijdens de discussie op geattendeerd. Dus: het was een vruchtbare dag voor kip-, duif- en konijnminnend Nederland!
Conclusies:Verbijsterend was de onbekendheid met wat er in Nederland in 2003 is gebeurd.
Verbijsterend was ook het gebrek aan actuele kennis (dus over de nieuwste
inzichten) bij sommige parlementariërs.
Deze mensen zijn totaal niet geïnformeerd. Willen we structureel wat veranderen
dan moeten de parlementariërs die zitting hebben in de Landbouwcommissie
worden geïnformeerd, en niet eentje, maar allemaal!
Een in het oog springend advies kregen we van deskundigen mee: Definieer
precies wat jullie onder een hobbydierhouder verstaan! Alleen dan kunnen
we regels daarvoor maken!
We lijken een stuk verder, zelfs de EC(!) sprak
openlijk over een ander beleid in een andere tijd.
De opnamen van de RVU worden
als apart programma van 25 minuten op 26 april om 20.00 uur op Ned. 3 uitgezonden.