Kruimels om de hobbyfokkers zoet te houden?
Is dit de ‘buit’ van LNV om haar handen in onschuld te kunnen wassen?
Tekst: Hans Ringnalda.
Op 15 april bracht het ministerie van LNV het haar 6 april aangeboden, en
in haar opdracht geschreven, rapport ‘De crisis tussen mens en dier.
Evaluatie bestrijding AI-crisis’ van Bureau Berenschot in de openbaarheid.
Wij citeren uit het persbericht van minister Veerman van LNV:
(...) Er is binnen het departement veel expertise en ervaring
met het bestrijden van dierziekten in crisissituaties. (...) Mede daardoor
is de bestrijding van het Aviaire Influenzavirus succesvol verlopen, ondanks
de in aanvang beperkte dodingscapaciteit. In het rapport concludeert Berenschot
dat de overheid goed was voorbereid op een dierziektecrisis, maar dat specifieke
voorbereiding op Aviaire Influenza onvoldoende was.(...) Bovendien is de
aanpak op hoofdlijnen vastgelegd in Europese en nationale regelgeving. (...)
In dit verband acht ik de constatering van Berenschot “dat de minister
met de gehanteerde strategie op goede wijze heeft gelaveerd tussen veterinaire,
sociaal-economische/financiële,
ethische en maatschappelijke belangen”, ook van belang.
Beleid ten aanzien van hobbymatig gehouden pluimvee
In het rapport wordt aangegeven dat de huidige aanpak van hobbymatig gehouden pluimvee bij een volgende crisis niet meer effectief zal zijn. (En dat is een rechtstreeks gevolg van de publiciteit in 2003 en 2004! JR) De gevolgde aanpak gaat er immers van uit dat het ruimen van hobbymatig gehouden pluimvee leidt tot het vrijwel volledig pluimveevrij maken van een bepaald gebied.
(En dat is nonsens. Een gebied is pas vrij van gevoelige dieren als de hele fauna zou worden uitgeroeid! Als we vogelpest willen bestrijden door 'stamping-out', waar gaat het dan om? Dan gaat het er om het betreffende gebied vrij te maken van dieren die de smetstof bij zich kunnen hebben. Na het doden van alle hobbydieren, is nog maar een klein gedeelte van alle dieren in dat gebied, die de smetstof bij zich kan hebben, geruimd. Dus na een dergelijke, zwaar in het privé-leven van veel mensen ingrijpende actie, is dat gebied wel vrij van 'pluimvee', tenminste als we onder pluimvee gehouden gevogelte verstaan, maar niet van eventueel smetstof dragende dieren, de wilde avifauna. Dit nu maakt het doden van hobbydieren, om de vogelpest te bestrijden, totaal zinloos. De energie en het geld dat besteed is aan het doden van onze geliefde huisdieren zou veel beter besteed zijn aan het (steekproefsgewijs) bloedtappen van de in het betreffende gebied verblijvende buitenlopende hobbydieren. Op die wijze zou men na onderzoek van vele bloedmonsters, verspreid over dat gebied afgenomen, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen vaststellen, of er in dat gebied, na ruiming van besmet en verdacht bedrijfspluimvee, nog smetstofdragers aanwezig zijn. Elke hobbydierhouder zou hier graag aan meegewerkt hebben en niet zoals nu het geval is geweest, zijn dieren massaal hebben laten onderduiken. Het zou een fractie gekost hebben van wat het nu gekost heeft. JR) Berenschot verwacht op basis van hun onderzoek dat bij een volgende crisis het hobbypluimvee en masse zal worden verborgen of elders zal worden ondergebracht. (Hier wordt even een stapje te ver gezet. De reden hiervoor is de grote publiciteit over de misstanden en het onbegrip voor zinloze maatregelen bij de burgers. Velen die nu hun dieren hebben aangemeld doen dat nooit weer!! JR) Deze verwachting en de grote maatschappelijke onrust die het ruimen van hobbymatig gehouden dieren teweeg heeft gebracht, heeft geleid tot een herbezinning op het gevoerde ruimingsbeleid inzake hobbydieren. Vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie heb ik al aangegeven dat het huidige bestrijdingsbeleid moet worden herzien. Ik wil hierbij heel nadrukkelijk de belangen van de hobbydierhouders mee laten wegen. (Hoe dan? Er is tot nu toe geen enkel structureel constructief overleg met respect voor het standpunt van de hobbydierhouders! JR) Daarbij moet echter wel worden bedacht dat het bestrijden van A-lijst ziekten mede een EU-aangelegenheid is. Het is derhalve niet uit te sluiten dat in de toekomst toch nog hobbymatig gehouden dieren moeten worden geruimd; mijn inzet zal zijn dat zo enigszins mogelijk te voorkomen. (Er wordt dus NIET gezegd dat er iets verandert, maar dat er ‘inzet’ zal zijn. Het houdt dus niets concreets in! JR)
Dus maar het lijvige rapport gelezen.
Een van de doelen van dit rapport (pag. 1) is om aan de hand van de resultaten van de evaluatie eindverantwoording af te leggen aan de Tweede Kamer over de gehanteerde aanpak. Mijn commentaar in het navolgende staat cursief.
Na een inleiding over de bekende historie en wie wat deed komt op pagina 13 ook hobbypluimvee even aan bod. Opnieuw worden de onjuiste gegevens van LNV aangehaald, onjuist in die zin dat besmet hobbypluimvee op een hoop is gegooid, struisvogels enz. bij kippen, en er geen enkele link is gemaakt naar zg 'hobbypluimvee' dat van origine biopluimvee was, en dat ‘als hobby’ op een besmet bedrijf rondliep.
VIROLOGISCH |
SEROLOGISCH |
|
| Totaal aantal besmettingen | 241 |
14 |
| Waarvan bedrijfsmatig | 227 |
6 |
| Waarvan hobbymatig | 14 |
8 |
Een gemiste kans om deze cijfers eens in de
juiste context te plaatsen!
Op pag. 40 komen de hobbydierhouders opnieuw in beeld.
(...) De cijfers over het aantal hobbydierhouders met pluimvee in Nederland lopen uiteen, aangezien deze lang niet allemaal geregistreerd zijn. Schattingen lopen uiteen van 100.000-200.000.
En dat terwijl ik tijdens het gesprek bij Berenschot nadrukkelijk heb gewezen op het NIPO-onderzoek! De rest is een opsomming van welke organisaties er zijn (NHDB, Aviornis, Stichting voor Zeldzame Huisdieren SZH en de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders NBvH) en wat deze doen. Opvallend is wel de zinsnede: (...).de NHDB heeft tijdens de crisis onder meer een rol gespeeld in de registratie....
Pag. 64. (…) Volgens onze gesprekspartners van LNV en Voedsel- en Waren Autoriteit VWA/ Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees (onderdeel van de VWA) RVV zijn de werkzaamheden ten aanzien van screening over het algemeen goed gegaan. Volgens enkelen van hen zijn de hygiënevoorschriften over het algemeen beter nageleefd dan in voorgaande crises. Vooral de directbetrokkenen (boeren, dierenartsen, professionele ruimers) hebben in hun ogen geleerd van vorige crises.
Je moet maar durven! En dat terwijl bekend is dat de ruimers wellicht de grootste verspreiders waren en zelfs de pest hebben overgebracht naar Belgie. Ruimers uit Brabant logeerden in een hotel in Meeuwen Gruitrode. Daarna brak toevallig daar ook vogelpest uit! Daarin spreekt het rapport zichzelf overigens compleet tegen:
Op pag. 75 staat: (...) Nieuwe besmettingen worden steeds toegeschreven aan persoons- of transportcontacten en de minister doet bij herhaling een dringend beroep op de betrokkenen om deze contacten tot een minimum te beperken.
Pag. 79. Gedurende de crisis gaat de AID ook identiteitspapieren van ruimers controleren en houdt de AID toezicht of de leden van de ruimingsploegen voldoen aan de hygiënevoorschriften.
Op pag. 82 staat:..Naleving hygiëneprotocollen. Tijdens de crisis ontstaan signalen over matige naleving van hygiënevoorschriften bij de ruimingen. Bij het ruimen moeten medewerkers zich houden aan een hygiëneprotocol. Naar aanleiding van deze signalen constateert de VWA/RVV een aantal verbeterpunten en verzoekt de minister VWA/RVV om te blijven controleren of deze voorschriften wel worden nageleefd. Het idee dat de ruimingsploegen een rol zouden spelen in de verspreiding van het virus, blijft niettemin bestaan. In reactie op een artikel in de Volkskrant waarin daarvan melding wordt gemaakt, stelt de minister dat hiervoor geen aanwijzingen bestaan. De minister stelt vast dat bij de ruimingen de hygiëneprotocollen nauwgezet worden toegepast. Eind april meldt minister Veerman dat een groep deskundigen een aantal opmerkingen heeft gemaakt over het risico van verspreiding als gevolg van de werkwijze bij ruimingen. (Pag. 83). Deze opmerkingen leiden tot wijzigingen van het beleid.
Pag. 117. Op zondag 2 maart wordt in de Centrale Crisisstaf bepaald dat voor hobbydieren in principe dezelfde aanpak zal worden gevolgd als voor bedrijfsmatig gehouden dieren. Hoewel pluimvee dat niet bestemd is voor de productie van vlees en/of consumptie-eieren of dat bedoeld is om in het wild te worden uitgezet niet onder de bestrijdingsrichtlijn 92/40/EEG valt, staat deze richtlijn toe dat maatregelen worden genomen ten aanzien van dit pluimvee. Op grond van artikel 10 van richtlijn 90/425/EEG is een lidstaat verplicht tot het nemen van alle passende maatregelen om de ziekte te bestrijden. Voor het nemen van maatregelen op grond van deze richtlijn moet dan wel een veterinaire noodzaak zijn. De veterinaire motivatie hiervoor is dat het virus geen onderscheid maakt tussen commercieel gehouden pluimvee en niet commercieel gehouden pluimvee.
Geen enkel alternatief is door LNV bedacht voor het stompzinnig ruimen van hobbypluimvee. En dat terwijl LNV er meerdere keren door deskundigen op is gewezen dat een hobbybesmetting doodloopt en nauwelijks of geen enkel gevaar vormt voor de bio-industrie! Het aantal dieren bij een hobbydierhouder is gering. In de hobbywereld zijn geen stallen met tienduizenden ‘steriel’ gehouden dieren die met ventilatoren duizenden kubieke meters lucht de omgeving injagen die door een andere stal weer worden aangezogen. Ook wordt er met geen woord over de ervaringen in de USA gerept. Daar werden alle hobbydieren in een straal van 15 tot 50 km rond elk besmet bedrijf getest. Ze bleken allen negatief!
Pag. 122. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie zijn van mening dat Nederland, geziende ernst van de situatie en het om zich heen slaan van het virus, alle reden had om het ruimingbeleid ten aanzien van hobbydieren zo in te richten als is gebeurd. Geen enkele naam, geen verwijzing…wie waren die vertegenwoordigers dan wel? Ik was in het Europees Parlement, zie AVI. nr 5, pag. 245, en hoorde andere geluiden!
In juli 2003 verschijnt een rapport van de Universiteit Utrecht waarin het niet waarschijnlijk wordt geacht dat hobbydieren een grote rol hebben gespeeld in de verspreiding van het virus. De verschillende besmettingen bij hobbydierhouders zijn hier nader onderzocht. Het veterinaire nut van preventief ruimen in een bepaald gebied nadat de incubatietijd is verstreken sinds het ruimen van het laatste besmette bedrijf aldaar is niet zinvol.
Pag. 124. Heel incidenteel geven hobbydierhouders aan dat hun dieren geruimd zijn, terwijl ze zelf niet thuis waren. Gesprekspartners vanuit de crisisorganisatie bevestigen het beeld dat er in een aantal gevallen is geruimd als men niet thuis was of als alleen de kinderen thuis waren. Zij stellen echter dat er nooit is geruimd zonder dat mensen van tevoren wisten dat er geruimd zou worden. Onder deze uitzonderingsgevallen bevinden zich gevallen waarin mensen zich verzetten tegen de ruiming.
Je krijgt bijna een nobel beeld van deze ‘gesprekspartners’ voor ogen…
Pag. 124. Slechte ervaringen hebben ook betrekking op het doden van dieren op een dieronterende manier. Dieren werden afgeschoten of de nek werd gebroken. Meerdere mensen moesten grote vogels vasthouden voordat een injectie gegeven kon worden of er werd met schoppen op de dieren ingeslagen. Ook het achterlaten van materialen wordt genoemd. (...) Het doden van grotere vogels vereist nu eenmaal wat afwijkende methodes. De emoties konden daarbij hoog oplopen.
Is dieronwaardig vermoorden waardoor onnodig lijden wordt veroorzaakt een ‘afwijkende’ methode?
Pag. 127. De AID meldt dat wel of niet mogelijk zijn van ophokken regelmatig onderwerp van discussie vormt tijdens de handhavingpraktijk. Wegens het ontbreken van een juridische basis heeft de AID geen handvatten, een en ander komt in de praktijk neer op ‘gedogen’. (…) Naar aanleiding van ervaringen van de AID dat in een klein aantal gevallen verzet ontstaat tegen de ruiming van hobbypluimvee, wordt een plan van aanpak gemaakt. Hierin wordt de wijze van omgang met dergelijke hobbydierhouders geregeld. Dit plan van aanpak is door de AID en VWA/RVV gezamenlijk opgesteld en heeft de instemming gekregen van de Centrale Crisisstaf CCS. De strategie is eerst de meest lastige houders aan te pakken en deze ruimingen publicitair te begeleiden. Ook wordt de mogelijkheid tot binnentreden van een woning tegen de wil van de bewoner(s) geregeld. De aanpak heeft volgens de AID redelijk goed gewerkt. Wel zaten er moeilijke en emotionele ruimingen bij.
De mensonterende ‘aanpak’ door de AID van nonnen en van De Ark was dus opzet! En een klein aantal gevallen van verzet? In het Zwartboek Vogelpest staan er een veel meer…
Pag. 131. Ten tijde van de grootschalige ruimingen van hobbydieren in mei en juni bereikte de (maatschappelijke en wetenschappelijke) discussie over de veterinaire noodzaak van de ruimingen van hobbydieren haar hoogtepunt. Steeds meer wetenschappers en burgers twijfelden aan de veterinaire noodzaak van ruimingen van hobbydieren in het algemeen en deze grootschalige ruimingen in het bijzonder. Ook de Tweede Kamer voerde de druk op om de ruimingen te stoppen. Daar hebben we als burgers weinig van gemerkt. Op mails antwoordden onze ‘volksvertegenwoordigers’ niet en openbare discussies werden regelrecht gesaboteerd!
Pag. 133. Maatschappelijk effecten en toekomstig beleid.
Wij (Berenschot. JR) zijn van mening dat het maatschappelijk draagvlak voor een aanpak met grootschalige ruimingen van (hobby)dieren is afgebrokkeld. (…). Een gezamenlijk advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden en de Raad voor het Landelijk Gebied concludeert hetzelfde. Er is geen draagvlak meer voor het huidige beleid. Een beleidswijziging is nodig. Op deze manier nogmaals een crisis aanpakken is onmogelijk.(…) Gedurende de crisis was er geen structureel overleg met organisaties van hobbydierhouders. (…)
Wij (Berenschot. JR) zijn van mening dat een structureel overleg met organisaties van hobbydierhouders, analoog aan het idee van het basisoverleg met de sector, de dialoog tussen LNV en hobbydierhouder had kunnen versterken en absoluut noodzakelijk is voor de formulering van toekomstig beleid. Wij bevelen aan om in de toekomst de (wetenschappelijke) kennis in Nederland te mobiliseren en in overleg met de Europese Commissie goed na te de denken over de inzet van
vaccinatie bij hobbydieren.(…) (Maar, dat is nou precies wat we NIET willen! De commerciele pluimveehouderij moet haar verantwoordelijkheid nemen, en gaan enten, en niet de rekening van hun steun aan het non-vaccinatiebeleid bij andere burgers, waaronder de hobbydierhouders, neerleggen!! JR) Minister Veerman wil hierover een open dialoog voeren met de hobbydierhouders. Het uitgangspunt van deze dialoog is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Pag. 139. Epidemiologen overleg
(...).wordt geconstateerd dat onvoldoende analyse van de gegevens plaatsvindt, hetgeen tot gevolg heeft dat beslissingen slechts kunnen worden genomen op basis van expert opinions. Er vindt ook geen terugkoppeling plaats of de voorgestelde maatregelen ook worden uitgevoerd, wat er met de adviezen van de epidemiologen wordt gedaan en welke overwegingen daarbij een rol spelen.
Pag. 146 . Over de AID wordt van alles gezegd. Maar niets over wantoestanden, het arresteren van bejaarden, het overschrijden van bevoegdheden. Laat staan over aan wie openbaar verantwoording wordt afgelegd. Mij bekroop het gevoel dat de AID een van de opdrachtgevers van dit rapport was.
Pag. 172. (...) Met name de gemeenten in de Gelderse Vallei en Utrecht zijn ontevreden over de informatie over het ruimen van hobbydieren. De belangrijkste reden voor deze kritische opstelling is dat gemeenten aangeven dat zij onvoldoende informatie hadden om de ruimingen van hobbydieren te verdedigen en vaak niet op de hoogte waren wanneer hobbydieren geruimd werden in hun gemeente. Zo vonden gemeenten het vaak lastig uit te leggen waarom hobbydieren geruimd moesten worden en bijvoorbeeld wilde vogels niet. Dit is weergegeven in een tabel:
TEVREDEN |
NEUTRAAL |
ONTEVREDEN |
|
| Gelderland/Utrecht | 5% |
26% |
68% |
| Noord-Brabant/Limburg | 27% |
18% |
54% |
| Totaal | 17% |
22% |
61% |
Tabel 8.2 Oordeel van gemeenten over de door LNV verstrekte informatie om het ruimen van hobbydierhouders te verdedigen.
Pag. 193. (...) De voorbereiding van de AI-crisisbestrijding richting hobbydieren was onvoldoende. De doorvertaling van ervaringen uit eerdere crises in hand- en draaiboeken was in gang gezet. Er waren echter bij de uitbraak van de crisis geen (onderdelen van) draaiboeken, scenario’s en strategieën gericht op hobbydieren voorhanden. De ervaringen uit eerdere crises hadden er wel voor gezorgd dat de hobbydierhouder op het netvlies stond van de crisisorganisatie.
Nog steeds geen nieuws, geen wereldverbeterende visie. Na heel veel papier komen we dan uiteindelijk bij de aanbevelingen. Zou hier dan een uniek ei worden gelegd?
Pag. 199. 9.4 AANBEVELINGEN
(...) Ook rijst in het maatschappelijke debat steeds meer de vraag hoe lang de overheid nog door kan gaan met een systeem van grootschalig ruimen van ook gezonde dieren. Dit vanwege de grote economische en emotionele consequenties.(...)
Pag. 200 (...)Wat betreft de aanpak bij hobbydierhouders, bevelen wij het volgende aan:
Conclusie.
Moest er op papier komen dat alles perfect is verlopen? Dan is het een redelijk staaltje van 'straatje schoonvegen'. Kool en geit worden gespaard. Het totaal ademt de sfeer van het resultaat van een sorteermachine, alles wat al lang bekend is wordt bij elkaar gezet, rood bij rood, geel bij geel, enz. Het rapport bevat daarnaast nauwelijks nieuwe gezichtspunten. Het gaat grotendeels over hoe de ene ambtenaar vindt dat de andere het heeft gedaan. Wie wat deed, wie wat moest doen, wie de verantwoordelijkheid had. Het ademt dan ook een sterke ‘meeleeslucht’… een lucht van de ‘commercie’. Geen enkele hobbydierhouder heeft iets tegen de ‘commercie’, het zijn juist de hobbydierhouders die voortdurende de dialoog zochten met LNV en de commerciele organisaties!
Maar hoe gaat het in de praktijk en in de politiek? Als wij als hobbydierhouders iets roepen, 'hoort' niemand ons. Als over enige tijd een politicus van enige naam of een LNV 'deskundige ermee komt... goh!... ja zeg!... goed idee!!....dat we daar niet eerder aan gedacht hebben! Doen we dat als er weer vogelpest uitbreekt! Citaten in het rapport zijn deels fout, namen fout gespeld, infobronnen niet genoemd. Zelfs het rapport van het RDA was bij Berenschot op 19 februari nog volledig onbekend.... Opvallend is ook dat de AID redelijk zorgvuldig buiten schot wordt gehouden. Iedereen heeft het prima gedaan, sommige kleinigheden kunnen misschien nog worden verbeterd… Hoe goed was 2003 toch… Ieder weldenkend mens weet wel beter. Iedere betrokkene weet dat heel zeker. Het Zwartboek Vogelpest is in luttele weken tijd naar duizenden belangstellenden gegaan. Die trekken daar ‘strategisch’ zeer zeker meer lering uit dan pluchekevertjes. Zolang als het non-vaccinatie beleid niet van de Europese tafel is verwijderd, moeten hobbyvogels dezelfde status krijgen als de wilde avifauna, dus geen. Dit rapport voegt nauwelijks iets toe, en valt volledig in het niet bij dat van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Dat rapport bevatte tenminste nog neutrale analyses en daardoor verhelderende standpunten. Behalve voor LNV, als organogram, kan het rapport van Berenschot, na de prestatie van de Raad voor Dierenaangelegenheden, zo de prullebak in. Het was de zoveelste verspilling van belastinggeld. Als water voor Pilatus…